Eindelijk je ideale jeans gevonden, met de juiste pasvorm en kleur. Maar al tijdens het dragen begint je broekspijp te trekken. En na de eerste wasbeurt draait je pijp zelfs alle, behalve de juiste, kanten op. Heel vervelend en waarschijnlijk ook heel herkenbaar.
Niet alleen broekspijpen kunnen draaien, ook mouwen en T-shirts kunnen deze kuren vertonen. Maar waarom is dit in de winkel bijna niet te zien en wordt het na het wassen steeds erger? Dat komt omdat de stof of het kledingstuk in de fabriek gestoomd wordt met stijfsel. Als je het kledingstuk draagt of wast, verdwijnt dit stijfsel en neemt het zijn ’natuurlijke’ vorm aan.
‘Verkeerd genomen’
Stof heeft namelijk de neiging om zichzelf te corrigeren. Dit betekent dat het kledingstuk zich vormt naar de richting van de draad. Deze draadrichting geeft de ‘natuurlijke’ horizontale of verticale lijnen aan. Wordt een kledingpatroon niet met de draadrichting mee uit de stof geknipt (‘verkeerd genomen’), dan ontstaat die beruchte draaiing. Dit komt vaak voor bij confectiekleding, ongeacht de prijs, als het patroon machinaal uit opgestapelde lagen stof wordt gesneden.
Voorkomen
Hoe kun je een draaiend kledingstuk voorkomen? Maak je zelf kleding, besteed dan bij het knippen extra aandacht aan de draadrichting van de stof en de draadrichting van het patroon. Koop je een kledingstuk in de winkel, kijk dan ook naar de draadrichting van de stof. Deze hoort bij een voor- of achterpand van een T-shirt of een rechte broekspijp verticaal naar beneden te lopen. Bij een mouw of taps toelopende broekspijp, hoort deze bij de naad in een V-vorm naar elkaar toe te lopen. Twijfel je nog? Leg dan beide pijpen of mouwen op elkaar en kijk of de naden dezelfde kant oplopen.




